Op 6 november 2025 organiseerde de Wetenschapsraad van Reinier de Graaf opnieuw het tweejaarlijkse pitch-event. Onderzoekers uit ons ziekenhuis krijgen tijdens dit evenement de kans om een stipendium van maximaal €15.000 voor hun wetenschappelijk onderzoek te krijgen. Hiervoor moeten zij in vijf minuten hun onderzoeksvoorstel presenteren en vervolgens eventuele vragen van het publiek beantwoorden. Deze editie waren er elf pitches. De Wetenschapsraad heeft in totaal €89.3687,88 aan stipendia toegekend.
Door: Sanne Ruigrok-Verhoog
‘Het pitch-event is een prachtige manier om zowel startend als lopend wetenschappelijk onderzoek direct vanuit het ziekenhuis te ondersteunen’, aldus Sander Zielhuis, decaan Wetenschap en voorzitter van de Wetenschapsraad. ‘Binnen ons ziekenhuis zijn er veel ambities op het gebied van onderzoek. En als Wetenschapsraad willen we de vruchtbare initiatieven ondersteunen.’
Doe je zelf wetenschappelijk onderzoek in Reinier of ben je van plan om dit te gaan doen? De Wetenschapsraad organiseert twee keer per jaar een pitch-event. Onderzoekers kunnen het hele jaar door een financiële bijdrage voor hun onderzoek aanvragen bij de Wetenschapsraad.
In totaal zijn er zeven onderzoeksvoorstellen toegekend. Hieronder vind je een korte samenvatting van elk onderzoeksvoorstel.
Validatie dry serum spots
Dennis Poland en Lennard Dekker (Klinische Chemie) Er zijn verschillende innovatieve producten beschikbaar waarmee patiënten thuis zelf bloed kunnen verzamelen voor gezondheidsmonitoring. De meeste van deze producten maken gebruik van vloeibaar bloed, dat beperkt houdbaar is en transportproblemen kan veroorzaken. Andere producten maken gebruik van bloed op een dragermateriaal, zoals papier, waarop het bloed droogt. Dry blood spots zijn stabiel en kunnen per post verzonden worden. Recent zijn er ook dragers ontwikkeld die het bloed scheiden in serum en cellen, zoals lateral flow (LF)-papier, waardoor dry serum spots ontstaan. Dit serum kan later worden geanalyseerd op klinische, chemische, immunologische en serologische parameters. Deze studie onderzoekt welke parameters geanalyseerd kunnen worden in serum dat is verzameld op LF-papier.
Methode ontwikkeling en validatie intracellulair bepalen van micronutriënten
Quinty van Sliedrecht, Lennard Dekker en Linda IJsselstijn (Klinische Chemie)
Micronutriënten zijn essentieel voor stofwisseling, immuunfunctie en hormoonhuishouding. Routinebepalingen van micronutriënten vinden meestal plaats in plasma, maar plasmametingen geven slechts een momentopname die beïnvloed kan worden door dieet, ritmes en acutefase respons (AFR). De AFR veroorzaakt schommelingen in plasmaconcentraties, die kunnen wijzen op een werkelijk tekort of een schijnbare deficiëntie door herverdeling van micronutriënten. Dit bemoeilijkt de interpretatie van plasmaconcentraties, vooral bij ernstig zieke patiënten. Daarom willen de onderzoekers intracellulaire bepalingen van micronutriënten in erythrocyten en leukocyten opzetten en vergelijken met plasmaconcentraties. Een eerdere studie heeft een methode ontwikkeld om deze cellen snel uit volbloed te extraheren. In dit project willen de onderzoekers de methoden voor intracellulaire micronutriëntenbepaling afronden en valideren voor klinisch gebruik.
COCO-gen, CYP2D6 and Codeine Response in Chronic Cough patients; an exploratory genetic study
José de Kluijver (Longgeneeskunde)
Hoewel codeïne nog steeds vaak wordt voorgeschreven als hoestwerend middel, blijft de klinische effectiviteit ervan onzeker, met name vanwege de variabiliteit in individuele respons. Een belangrijke factor die deze variabiliteit kan verklaren, is genetisch polymorfisme in het cytochroom P450-enzym CYP2D6, dat verantwoordelijk is voor de omzetting van codeïne in zijn actieve metaboliet, morfine. Hoewel deze farmacogenetische route goed is onderzocht in de pijnbestrijding, is de relevantie ervan voor hoestonderdrukking onduidelijk. Deze studie heeft tot doel de rol van CYP2D6-gemedieerd metabolisme in de klinische respons op codeïne bij patiënten met chronische hoest te verduidelijken en aanvullende patiëntgerelateerde voorspellers van het behandelingsresultaat te identificeren.
Visualisation of Asynchronies and Mechanical Power (VAMP)
Laura Buiteman (Intensive Care)
Mechanische beademing is een essentiële behandeling op de intensive care, maar kan bij onjuiste instellingen bijdragen aan ventilatiegeïnduceerd longletsel. Naast traditionele parameters, zoals teugvolume en druk, zijn zowel patiënt-ventilator asynchronieën (PVA) als mechanical power (MP) naar voren gekomen als belangrijke voorspellers van longschade en ongunstige klinische uitkomsten. Een tool die PVA en MP automatisch berekent en visualiseert, kan de kwaliteit en veiligheid van beademing verbeteren en de cognitieve belasting van zorgverleners verminderen. De Visualisation of Asynchronies and Mechanical Power (VAMP)-studie onderzoekt of real-time visualisatie van PVA en MP met behulp van Deep Breath-software de kwaliteit van invasieve beademing bij volwassen IC-patiënten verbetert. Daarnaast wordt de bruikbaarheid en de ervaren werkbelasting geëvalueerd.
Effecten van PERMISSive longbeschermende beademing bij kritiek zieke patiënten op beademingsintensiteit – een gerandomiseerde klinische pilot studie (PERMISS pilot)
Laura Buiteman (Intensive Care)
Mechanische beademing kan longschade veroorzaken door de intensiteit, ook wel ‘mechanical power’ genoemd, waarbij de ademhalingsfrequentie (respiratory rate – RR) een belangrijke rol speelt. Studies tonen aan dat deze intensiteit voornamelijk afhankelijk is van de RR; een verlaging van de RR verlaagt niet alleen de intensiteit, maar ook het risico op mortaliteit. Recente onderzoeken, onder andere bij COVID-
19-patiënten, bevestigen dat het verlagen van de RR haalbaar en veilig is zonder onveilige gasuitwisseling. Er zijn echter nog onzekerheden over de veiligheid van langdurige lage RR-ventilatie, aangezien eerdere studies vaak kortdurend en observationeel waren. Daarom wordt een nieuwe gerandomiseerde klinische pilotstudie voorgesteld om de veiligheid en haalbaarheid van permissieve longprotectieve ventilatie met een lage RR te testen, in vergelijking met conventionele ventilatie met een hogere RR. De resultaten zullen ook worden gebruikt voor de opzet van een toekomstige grootschalige internationale gerandomiseerde gecontroleerde studie (RCT), gericht op effectiviteit gemeten in beademingsvrije dagen en overleving na 28 dagen.
Trapeziectomie versus TMC-arthroplastiek (RSA)
Rianne Oomen en Nina Mathijssen (Orthopedie)
Osteoartrose van het trapeziometacarpale (TMC)-gewricht komt veel voor, met een prevalentie van meer dan 35% bij vrouwen van 55 jaar en ouder. Deze aandoening leidt tot duimdeformatie, pijn en verlies van functie en kracht, en treft vooral werkenden en mantelzorgers. Wanneer conservatieve behandeling faalt, is trapeziectomie de gouden standaard in Nederland, waarbij het trapezium deels of volledig wordt verwijderd. Een alternatieve operatie is het plaatsen van een TMC-prothese. Beide behandelingen hebben voor- en nadelen, maar er is slechts één gerandomiseerde gecontroleerde studie (RCT) met kortetermijnresultaten die deze behandelingen vergelijkt. Er is nog geen RCT die trapeziectomie vergelijkt met TMC-arthroplastiek, en er is weinig bekend over de kosteneffectiviteit en migratiepatronen van de TMCprothese. Dit onderzoek vergelijkt pijn, kracht, functie en kosteneffectiviteit na trapeziectomie versus TMC-arthroplastiek, en onderzoekt de migratie van de TMC-prothese gedurende een follow-up van 10 jaar.
Karakteristieken van alcohol- en drugsintoxicaties over de afgelopen 15 jaar in het Reinier de Graaf Gasthuis
Thirza Noordermeer (Kindergeneeskunde)
Alcoholgebruik heeft ernstige negatieve effecten op de gezondheid van jongeren. Volgens de WHO was alcohol in 2019 verantwoordelijk voor 4,7% van alle wereldwijde sterfgevallen. Hoewel er eerder trendanalyses zijn uitgevoerd naar alcoholintoxicaties, ontbreken recente gegevens. Een trendanalyse van alcoholgerelateerde SEH-bezoeken kan helpen bij het evalueren van de impact van beleidsmaatregelen, zoals de alcoholwetwijziging van 2014, het verbod op alcoholreclames voor 21:00 uur en de NIX18-campagnes. De analyse biedt ook inzicht in demografische en sociaal-economische factoren die van invloed zijn op alcoholincidenten, wat kan bijdragen aan gerichte preventieinspanningen, bijvoorbeeld binnen studentenverenigingen of specifieke wijken. Kortom, deze studie kan bijdragen aan het verbeteren van beleid, zorg en preventie.




